Heb je ooit van haar gehoord? Hertogin de Castiglione Colonna, geboren als Adèle d’Affry, maar vooral bekend als de beeldhouwer Marcello. Ik kwam haar naam voor het eerst tegen in een brief van Rodin waarin hij vol bewondering sprak over de sculpturen van de legendarische Marcello. Deze naam kende ik niet, dus ik ging op zoek en kwam er al gauw achter dat de naam Marcello een pseudoniem was van een vrouw uit de adellijke kringen tijdens het hoogtepunt van het Tweede Keizerrijk in Frankrijk. Zij was niet zomaar een vrouw, zij was een professioneel en succesvol kunstenaar geweest! Hoogst ongebruikelijk in die tijd. Gegoede vrouwen hadden maar één levensdoel en dat was het moederschap, uiteraard als getrouwde vrouw en vooral zonder professie want dat werd gezien als een blamage voor de echtgenoot.

Adèle d’Affry was getrouwd, maar slechts voor hele korte duur. In 1856 trad ze in Rome, op haar negentiende, in het huwelijk met Carlo Colonna, de hertog van Castiglione-Altibrandti. Enkele maanden later overlijdt haar echtgenoot aan tyfus. Na een paar jaar verlaat Adèle de stad Rome en vestigt zich in Parijs, destijds het culturele centrum van de westerse wereld, met als doel een professionele carrière te beginnen als beeldhouwer.

Op 6 juli 1836 is zij geboren in Fribourg als Adelaïde-Nathalie-Marie-Hedwige-Philippine d’Affry, oudste kind van Louis d’Affry en Lucie de Maillardoz. Zij krijgt een excellente opvoeding waar ook tekenen, schilderen en boetseren deel van uitmaakt. Afwisselend woont zij in Fribourg, Nice en in Italië. In Rome ontdekt ze de beelden van Michelangelo en is diep onder de indruk. Haar passie voor de beeldhouwkunst is geboren. « Michel Ange! Cet homme a tourmenté la création pour lui faire dire le secret de Dieu. »

In Parijs ontmoet Adèle diverse kunstenaars als Delacroix, Courbet en Carpeaux. Stuk voor stuk zijn ze onder de indruk van haar persoonlijkheid, onafhankelijkheid, talent en intelligentie.

In 1863 stuurt zij voor het eerst werk in voor de Salon in Parijs. Omdat zij als vrouw niet geacht wordt professioneel kunstenaar te zijn, kiest zij voor een pseudoniem en wordt Marcello geboren. Door een mannennaam te nemen, hoopt zij serieus genomen te worden door kunstcritici en het publiek. Drie bustes exposeert zij op de Salon en ze blijft niet onopgemerkt. Binnen afzienbare tijd is Marcello hét gesprek binnen het imperiale Parijs van Keizer Napoléon III. Wie is deze kunstenaar die kan kappen als Michelangelo? Wanneer men er achterkomt wie er achter het pseudoniem schuilgaat, vinden velen het ongepast dat een dame van adel zich gedraagt als een bohemiènne. Het keizerlijk paar is zeer van haar gecharmeerd en nodigt haar regelmatig uit voor feesten en partijen. Adèle bezoekt deze regelmatig, maar is zich ook terdege bewust van de frivoliteit en ijdelheid. Haar verlangen hieraan te ontsnappen ten einde te kunnen creëeren is continue in strijd met haar verplichtingen binnen de kringen waartoe zij behoort.

Haar favoriete thema betreft heroïsche vrouwen, variërend van mythologische personages tot legendarisch heldinnen. Opvallend is de vrouwelijke visie die zij in haar beelden laat spreken. La Gorgone (1865) toont een krachtige vrouw en geen afgehakt hoofd zoals de meeste van haar mannelijke collega’s door de eeuwen heen hebben weergegeven. Ook de bustes van Marie-Antoinette en Elisabeth van Oostenrijk worden gekenmerkt door moed, kracht en onafhankelijkheid.

Regelmatig reist Adèle tussen Parijs en Rome. In 1869 realiseert zij in slechts enkele maanden haar meesterwerk La Pythie in Rome. Het bijna 3 meter hoge beeld wordt geëxposeerd op de Salon in 1870 en aangekocht voor de Opéra Garnier. Door het uitbreken van de Frans/Duitse oorlog (1870-1871) en de wederopbouw na afloop duurt het tot 1875 voordat de Opéra – het paradepaardje van Napoléon III waar de nieuwe Republiek zich ongestoord mee profileert – geopend wordt en La Pythie een vaste plaats krijgt.

Adèle droomt van een leven als schilder en legt zich toe de weergave van het alledaagse. Haar ontmoeting met de pionier van het impressionisme, Berthe Morisot, leidt tot een hechte vriendschap. Aangezien Berthe de schoonzus is van de schilder Edouard Manet komt Adèle ook met hem in contact. Ondanks dat zij gefascineerd is door de wereld van het publieke domein waar de dames van lichte zeden zich ophouden, weigert Adèle voor Manet te poseren. Ze wenst niet geassocieerd te worden met zijn uitwerking van Baudelaire’s visie op la modernité. Bovendien is hij een schilder van schandalen. Morisot daarentegen wordt geprezen om haar vernieuwende manier van schilderen die zij op een heel verfijnde wijze toepast.

Vanaf 1876 is Fribourg de vaste verblijfplaats van Adèle. Ze blijft daarnaast ook reizen door Europa zolang zij dit fysiek kan volhouden. Doordat zij tuberculose heeft, bezoekt zij op advies van haar artsen diverse plaatsen langs de Middellandse zee. Ondertussen probeert zij in haar geboorteplaats Fribourg een museum van de grond te krijgen dat gewijd zal zijn aan haar kunst. Ze stelt lijsten samen van werken die zij wil schenken. In 1879 verstigt zij zich in Castellammare di Stabia. Zij tekent, schrijft haar memoires en ordent haar papieren. Veel is onvoltooid als zij op 14 juli 1879 sterft aan tuberculose. Zij is slechts 43 jaar geworden, maar heeft tijdens haar glorievolle jaren van zich doen spreken in de kunstwereld!

© 2018 Karin Haanappel
Herstory magazine

Voor een lezing door Kunsthistorica Karin Haanappel over Marcello, stuur een e-mail naar: teamkarinhaanappel@gmail.com

Pin It on Pinterest

Share This